Binnen regio Noord werkt zij nauw samen met provincies, gemeenten en netbeheerders aan de uitvoering van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. “Stap voor stap bouwen we aan een dekkend netwerk. Dat doen we echt samen.”
“Laadinfrastructuur is de ruggengraat van emissievrije mobiliteit.”
Mobiliteit begint dichtbij huis
Marleen groeide op in Nieuw-Beijerland, maar verhuisde op jonge leeftijd naar het noorden van het land. Daar merkte ze hoe bepalend mobiliteit kan zijn. “Voor school moest ik elke dag een flink stuk reizen, eerst met de fiets en daarna met de trein.”
Toen ze later een opleiding ging volgen in Emmen, werd reizen ingewikkelder. “Vanuit een klein dorp is openbaar vervoer niet altijd vanzelfsprekend. Dan merk je pas hoe belangrijk bereikbaarheid is voor de keuzes die je maakt.” Die ervaring vormde haar eerste kennismaking met het onderwerp mobiliteit.

Van techniek naar beleid
Voordat Marleen bij de provincie Drenthe begon, werkte zij bij een bedrijf dat voertuigen op waterstof ontwikkelde en bouwde, van bestelbusjes tot vrachtwagens. Daar zag ze hoe mobiliteit en verduurzaming samenkomen. Tegelijk merkte ze dat veel vraagstukken niet alleen technisch zijn. “De echte uitdaging zit vaak in beleid en regelgeving.” Dat inzicht bracht haar naar de overheid, waar ze zich nu richt op duurzame mobiliteit en de elektrificatie van vervoer.
Samen bouwen aan oplossingen
Wat haar het meeste energie geeft in haar werk, zijn de samenwerkingen met partijen in de praktijk. “Het contact met gemeenten, logistieke bedrijven en organisaties die laadpunten willen delen, dat vind ik het leukst.” Marleen benadrukt dat de regionale verschillen hierin groot zijn. “Ons mobiliteitssysteem in het noorden werkt anders dan in de Randstedelijke gebieden,” legt ze uit. “In Drenthe hebben veel mensen een eigen oprit en laden ze vaker thuis, terwijl in steden laden op straat veel gebruikelijker is. Dat verschil vraagt om een andere aanpak. In het noorden kijken we bijvoorbeeld meer naar het slim benutten en delen van semipublieke laadpunten.”
In Drenthe wordt gewerkt aan het delen van laadpunten die normaal gesproken alleen voor een organisatie beschikbaar zijn. “Als een bedrijf bijvoorbeeld in het weekend gesloten is, kan het interessant zijn om die laadpunten open te stellen voor anderen. Zo groeit het netwerk sneller en wordt de beschikbare ruimte beter benut.”
Ook op het gebied van logistiek wordt actief samengewerkt. Zo organiseerde de regio onlangs een Zero-emissie Truck Academy voor ondernemers. “Daar nemen we bedrijven stap voor stap mee in wat er allemaal komt kijken bij de overstap naar elektrische of waterstofvrachtwagens, van verzekeringen tot rijtraining voor chauffeurs.”
Als het gaat om de aanpak in Drenthe, staat één uitgangspunt centraal: “Als je elektrisch rijdt moet je kunnen vertrouwen dat je gewoon van A naar B komt. Daarom zorgen we als provincie Drenthe ervoor dat elektrisch rijden voor iedereen mogelijk is. Dat begint met een laadnetwerk dat betrouwbaar is en klaar voor de toekomst. We werken samen met gemeenten, bedrijven en marktpartijen om dat te realiseren. Dit doen we met duidelijke afspraken en één lijn in de hele provincie. Hiermee bouwen we stap voor stap aan een laadnetwerk dat past bij hoe we in Drenthe wonen, werken en reizen.”
Uitdagingen en kansen
Wat Marleen aanspreekt in de NAL is hoe het programma zich heeft ontwikkeld. “Het begon met de vraag hoe we meer laadpalen kunnen plaatsen. Inmiddels gaat het over een veel breder systeem.” Laadinfrastructuur raakt volgens haar aan onderwerpen als netcongestie, logistiek en datagebruik. “Het is niet alleen een laadpaal plaatsen. Alles eromheen moet kloppen.”
De grootste uitdaging voor de komende jaren ziet Marleen in de druk op het elektriciteitsnet. “Met het ACM-prioriteringskader moeten er keuzes worden gemaakt in waar capaciteit naartoe gaat. Laadpunten staan daarbij niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst.”
Dat kan gevolgen hebben voor de snelheid waarmee het netwerk groeit. Tegelijk probeert ze dat in perspectief te plaatsen. “We zitten in een situatie met meerdere grote opgaven tegelijk. Dan moeten er soms lastige keuzes worden gemaakt.” Volgens haar vraagt dat juist om innovatie en samenwerking. In haar rol probeert ze dat ook zo uit te leggen. “Het helpt niet om daar ontmoedigd van te raken. Juist nu moeten we blijven zoeken naar innovatieve oplossingen.”
2030: laden als vanzelfsprekendheid
Als Marleen vooruitkijkt naar 2030, hoopt ze dat laden net zo vanzelfsprekend is als tanken. “Dat mensen niet meer hoeven na te denken over waar ze kunnen laden, maar alleen nog over welke elektrische auto ze willen rijden.” Laadinfrastructuur is volgens haar een onmisbare schakel in de energietransitie. “Ik zie het echt als de ruggengraat van emissievrije mobiliteit.”
Op de doorgeefvraag van Roland Ferwerda, namelijk hoe we kennis en mensen in dit snelgroeiende domein behouden, ziet Marleen vooral kansen in het beter vastleggen en delen van kennis. Zo wordt er binnen de NAL gewerkt aan een landelijk inwerkprogramma voor mensen die met laadinfrastructuur aan de slag gaan. “Zo bouwen we verder op wat er al is geleerd.” Ook noemt Marleen deze rubriek als mooie kans om elkaar te leren kennen en kennis te delen.
Marleen sluit af met haar doorgeefvraag aan de volgende gast in Achter de stekker:
“Welke rol moet de overheid volgens jou spelen om de uitrol van laadinfrastructuur te versnellen?”
Op naar de volgende schakel in de reeks.