Vanuit beide rollen beweegt hij zich op het snijvlak van beleid, praktijk en uitvoering. "We moeten voorkomen dat het alleen een overheidsfeestje wordt."
Hou het simpel
Van elektrisch vervoer van het eerste uur
Frank loopt al lang mee in de wereld van elektrisch vervoer. Zelf noemt hij zich “een beetje van de oude garde”. Al in 2009 werkte hij bij Rijkswaterstaat als programmamanager elektrisch vervoer, in een periode waarin elektrisch rijden in Nederland nog volop in de kinderschoenen stond. Het onderwerp werd toen niet alleen vanuit duurzaamheid bekeken, maar ook vanuit economische kansen voor Nederland.
Vanuit die rol hield hij zich bezig met technische en praktische vragen rond de opkomst van elektrische voertuigen. Ook werkte hij mee aan de eerste stappen om elektrisch rijden in de praktijk mogelijk te maken. “Is het niet slim om naast benzine en diesel ook stroom te exploiteren langs de route?” Die gedachte lag mede aan de basis van de ontwikkeling van laadinfrastructuur langs snelwegen.

Mobiliteit als vertrekpunt
Wat Frank drijft, komt niet zozeer vanuit techniek of auto’s, maar vanuit mobiliteit. “Waarom verplaatsen mensen zich van A naar B, en waarom doen ze dat op de manier waarop ze dat doen?” Die vraag loopt als een rode draad door zijn werk.
Juist de combinatie van mobiliteit, maatschappelijke verandering en uitvoerbaarheid spreekt hem aan. “We kunnen ons op een andere manier voortbewegen dan we dat al sinds de industriële revolutie doen.” Daarbij zoekt hij steeds naar wat in de praktijk werkt. Niet alleen de ambitie telt, maar ook de haalbaarheid. “Ik vind het mooi om mensen en processen met elkaar een kant op te bewegen en eigenlijk het onmogelijke mogelijk te maken.”
De kracht én valkuil van de poldermentaliteit
Wat Frank aanspreekt in de NAL, is de manier waarop in Nederland wordt samengewerkt. “Wat mij trekt, is wel de poldermentaliteit. Dus we doen het met elkaar.” Volgens hem is dat ook meteen de kracht van de Nederlandse aanpak: overheid en markt zoeken samen naar oplossingen.
Tegelijk ziet hij daar ook een risico in. “We moeten wel focus houden.” Volgens Frank is de NAL in de basis opgericht om ervoor te zorgen dat er voldoende laadinfrastructuur komt voor alle modaliteiten. Juist daarom vindt hij het belangrijk dat de praktijk leidend blijft. “We moeten ook meters maken met elkaar.”
Zijn boodschap is helder: verlies de eenvoud niet uit het oog. “Uiteindelijk blijft het gewoon een stekkerdoos die je ergens neerzet waar een auto aan kan.”
Logistiek in beweging
In zijn werk voor de werkgroep Logistiek ziet Frank veel ontwikkelingen die hem energie geven. Waar elektrisch rijden bij personenauto’s inmiddels vertrouwd is, ziet hij nu dat ook de logistieke sector echt in beweging komt. “Je ziet ze steeds vaker rijden, die elektrische vrachtwagens.” Volgens Frank laat dat zien dat de sector wel degelijk wil verduurzamen, ook al zijn er nog flinke obstakels. Denk aan netcongestie, kosten en beperkte aansluitmogelijkheden. “Maar je ziet wel dat die sector wil. En dat vind ik echt tof.”
Ook in concrete producten en afspraken ziet hij de meerwaarde van de NAL terug. Zo noemt hij afspraken waarmee bedrijven eenvoudiger elkaars laadpunten kunnen gebruiken. “Dat is een heel simpel product, maar het wordt gewoon al heel vaak gebruikt.” Juist daar zit voor hem de kracht van samenwerking: niet alles steeds opnieuw uitvinden, maar kennis en oplossingen delen en toegankelijk maken.
Realiteitszin als voorwaarde
De grootste uitdaging voor de komende jaren ziet Frank in de uitvoeringskracht. Volgens hem moet worden voorkomen dat er te veel tijd gaat zitten in het analyseren en organiseren, terwijl de praktijk om tempo vraagt. “We moeten uitkijken dat we niet eerst het probleem aan het verzinnen zijn alvorens we een oplossing hebben.”
Daarbij pleit hij voor meer realiteitszin in het debat over de energietransitie. Netcongestie is volgens hem een serieus probleem, maar ook een gegeven waar je op een nuchtere manier mee om moet gaan. “We kunnen nu ook niet blijven roepen dat netbeheerders niet hun stinkende best doen.” Voor Frank is het belangrijk om de ambitie vast te houden, zonder de werkelijkheid uit het oog te verliezen.
Ook de toon van het gesprek doet ertoe. “We moeten waken dat we niet in negativiteit gaan belanden.” Volgens Frank is juist nu behoefte aan een stevig en geloofwaardig tegengeluid: een verhaal dat laat zien dat de transitie ingewikkeld is, maar nog altijd noodzakelijk en haalbaar.
Energie vasthouden
Wat hem hoopvol stemt, is dat veel partijen nog altijd bereid zijn om de overstap te maken. Vooral in sectoren als logistiek en bouw ziet hij beweging. Daarnaast ziet hij ook hoe regio’s binnen de NAL steeds professioneler samenwerken en meer naar elkaar toe groeien. Deze professionaliseringsslag vraagt blijvend aandacht en duidelijke spelregels.
Volgens Frank zit daar ook de sleutel voor de toekomst: de energie vasthouden, blijven samenwerken en keuzes durven maken die het eenvoudiger maken in plaats van ingewikkelder. Zijn boodschap aan iedereen die aan laadinfrastructuur werkt, vat hij dan ook kernachtig samen:
“Hou het simpel.”
Op de doorgeefvraag van Thijs de Jong, welke technische innovatie hij als meest waardevol ziet voor de uitrol van laadinfrastructuur, noemt Frank vooral de energiekant. Hij ziet veel potentie in slimmere manieren om lokaal opgewekte energie beter te benutten. Bijvoorbeeld door thuis opgewekte stroom ook eenvoudiger beschikbaar te maken voor laden in de openbare ruimte.
Frank sluit af met zijn doorgeefvraag aan de volgende gast in Achter de stekker:
“Hoe zorgen we ervoor dat de energietransitie niet stopt?”
Op naar de volgende schakel in de reeks.