Een jaar geleden maakte Robbert de overstap van het bedrijfsleven naar de overheid om nog meer te werken aan duurzame verandering. “Ik ben gepassioneerd over elektrisch rijden. Zelf doe ik dit al 12 jaar. In het begin was dit een uitdaging, maar nu heb ik bijvoorbeeld mijn elektrische auto aan mijn dochter uitgeleend, die er zonder problemen mee naar Parijs rijdt.” Robbert werkt intensief aan de opschaling van slim laden. “In 2019 is het Klimaatakkoord opgesteld, met daarin de doelstelling om zero-emissievervoer groot te maken. Daarin mag laadinfrastructuur geen belemmering vormen en slim laden zal in 2030 de norm zijn. In 2020 ben ik samen binnen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur met onder andere ElaadNL druk bezig geweest met het schrijven van een nationaal opschalingsplan voor slim laden. Overal vonden proeftuinen plaats en dat is nog steeds zo. Om te komen tot een nationale opschaling van slim laden heb je alle landelijke partners nodig en daar kwam de NAL om de hoek kijken. We werken samen met de autosector, DOET de Vereniging Elektrisch Rijden, de netbeheerders en concessieverleners.”
“Laten we samen blijven bouwen aan iets moois, dat ons ook onafhankelijk maakt.”
Mooie score met slim laden
In 2022 hebben we het opschalingsprogramma vastgesteld voor 3 jaar en gezegd dat eind 2025 60% procent van alle laadtransacties slim moeten zijn: rekening houdend met duurzame opwek, ruimte op het stroomnet, maar ook betaalbaarheid en bereikbaarheid voor de eindgebruiker.”
Deze aanpak heeft inmiddels zijn vruchten afgeworpen, stelt Robbert. “Eind december zaten we op 57 %, binnen de private, publieke en semipublieke sector. Wij vinden dit een mooie score, maar we willen toe naar 60%. Zover zijn we nog niet. We willen nu echt naar die opschaling en uniformiteit zodat iedereen begrijpt wat we beogen met slim laden, daarnaast laadzekerheid bieden en hiernaar kan handelen. Een onderdeel hiervan is ook het keurmerk slimme private laadpalen zodat de EV-rijder exact weet welk laadpunt nodig is om thuis of op het werk slimme laaddiensten af te kunnen nemen.”
Robbert kan, naar eigen zeggen, helemaal opgaan in de techniek, maar de uitdaging ligt juist ook in het simplificeren: het makkelijk en bereikbaar maken van elektrisch vervoer voor een grote doelgroep. “Dat is echt de rode draad in mijn werk: ik houd ervan om mensen met elkaar te verbinden en enthousiast te maken over dit thema. Ik wil de aarde en de natuur op het moment dat ik die verlaat beter achterlaten en elektrisch vervoer schept hiervoor de mogelijkheden.

Energie van verbinden
Energie krijgt Robbert duidelijk van het leggen van verbindingen. “Een grote, duurzame community met elkaar verbinden, daar houd ik van. Zo hebben we vanuit de NAL samengewerkt met de netbeheerders om meer ruimte op het net te creëren, zonder dat ten koste gaat van laadzekerheid.” Trots is Robbert dan ook op het gezamenlijk voor elkaar krijgen van de slimme laadacties. “Ik ben er trots op dat we de uiteindelijk het belang van de EV-rijder met de netbeheerders uitdragen. Je kent de uitspraak: in je eentje ga je sneller, maar samen kom je verder. Ik heb mij ook als bestuurslid vier jaar ingezet voor de Vereniging Elektrische Rijders. Ook daar hebben we een slag kunnen maken met het voor iedereen eenduidiger en simpeler maken van elektrisch rijden. Wij raken allemaal lyrisch over de technische kant van de elektrische auto, maar voor veel mensen is het ook gewoon een vervoermiddel om van A naar B te komen. De aanschaf van een auto is een grote investering en dan wil je zekerheid hebben rondom de mogelijkheden en uitdagingen bij elektrisch rijden waaronder zaken als laden en prijstransparantie vallen.”
Integrale samenwerking
Robbert denkt dat slim samenwerken een belangrijke voorwaarde is binnen de NAL. “Slim laden staat niet op zichzelf. Prijstransparantie is een voorwaarde om slim laden voor elkaar te krijgen. Je gaat pas je gedrag veranderen als je daar een bepaalde prikkel voor krijgt. Om het hoofddoel niet uit het oog te verliezen stemmen de werkgroepen binnen de NAL frequent met elkaar af, terwijl ze verschillende doelen, looptijden en tijdlijnen hebben. Internationaal gezien zijn we koploper op het vlak van de uitrol in publieke laadinfrastructuur, maar die positie willen we ook vasthouden en versterken; al is dit natuurlijk niet en een doel op zich. We mogen het maatschappelijk belang niet uit het oog verliezen.”
Onafhankelijk door laadinfrastructuur
Robbert hoopt dat in 2030 de ingroei verder is dan nu wordt beoogd. “Met slim laden creëer je ruimte op het net, zodat je meer laadinfrastructuur kan uitrollen. En dat we uiteindelijk ook geopolitiek gezien onafhankelijk zijn door onze energieopwek die we perfect in de ‘batterij op wielen’ kunnen laden en op termijn ook terugleveren. Dus als we zo snel mogelijk zorgen dat we dat we met de ruimte op het stroomnet rekening houden, vooral duurzame energie gebruiken en in het straatbeeld genoeg laadinfrastructuur aanwezig is om ook met de juiste prijsprikkels te laden, dan boeken we mooie resultaten en behouden we onze concurrentiepositie en aantrekkingskracht voor zowel de EV-rijder als marktpartijen.”
Na zijn overstap vanuit het bedrijfsleven, moest Robbert even omschakelen. “Maar ik zie binnen de NAL veel passie en gedreven mensen, die het beste met de wereld voor hebben. Mijn duurzame hart klopt nog even snel als hiervoor.”
Nieuwe gebruikers aanspreken
Om de ambities van de NAL te halen is samenwerking belangrijk om op koers te blijven, samen met de overheden, de netbeheerders, de VER, DOET en de automotivepartners. “Er komt een grote groep nieuwe EV-rijders aan, die vooral kijkt naar gemak, betaalbaarheid en bereikbaarheid. De innovators en early adopters rijden elektrisch, maar nu willen we een grotere groep automobilisten bereiken. Je moet laadzekerheid kunnen bieden en gedragsverandering stimuleren. Ik praat graag over techniek, maar de man of vrouw die straks het geld heeft om een elektrische auto aan te schaffen, nieuw of tweedehands, die moet er geen omkijken meer naar hebben en gewoon weten dat het de beste investering is en dat alles rond laadinfrastructuur goed geregeld is.”
Hij is hoopvol over de ontwikkeling van slim laden. “We liggen op koers met 57 procent voor wat betreft slim laden. Ook deze winter gaan we nog effectiever netbewust laden: dynamisch netbewust publiek laden. Dat we van statisch naar dynamisch gaan, betekent voor de rijder in de straat dat we in de winter incidenteel hoeven in te grijpen voor netcongestie. Enkel op die momenten dat de beheerder netcongestie ervaart, wordt het laadvermogen incidenteel aangepast en ruim van tevoren over gecommuniceerd. Met alle NAL-partners hebben we een gedragen kernboodschap en eenduidige communicatiemiddelen inclusief de handelingsperspectieven ontwikkeld die via de kanalen van alle NAL-partners gedeeld zullen worden.”
Toegankelijke transitie
Maar hoe zorgen we er nu voor dat de mobiliteitstransitie voor iedereen in de samenleving toegankelijk blijft? Deze vraag stelde Linda Oldemans van Laadwerk in de vorige aflevering. “Door echt heel nauw samen te werken en voor de publieke lader te allen tijde laadzekerheid te bieden. Veel aandacht besteden aan communicatie. Duidelijk zijn over de mogelijkheden die slim laden biedt. Hiervoor hebben we ook communicatiemiddelen gemaakt om de eindgebruiker te informeren.”
De doorgeefvraag van Robbert is: Hoe zorg je dat alle neuzen dezelfde kant op gaan, met alle uitdagingen die er zijn binnen de wereld van de laadinfrastructuur?