De uniforme meetregels bieden de sector en de eindgebruiker concrete voordelen. Denk daarbij aan meer duidelijkheid en betrouwbaarheid en een grotere Europese afzetmarkt met overal dezelfde spelregels.
De MID dateert uit 2014 en is daarna technisch vrijwel ongewijzigd gebleven. In de tussentijd heeft de laadsector een enorme vlucht genomen. Maar een Europees geharmoniseerd meetkader voor laadstations voor elektrische voertuigen en waterstoftankinstallaties ontbrak tot nu toe nog. Dat leidde tot uiteenlopende nationale regels, extra kosten voor fabrikanten en onduidelijkheid over welke eisen nu eigenlijk golden.
Wat betekent de herziene MID voor laadinfrastructuur?
De herziene richtlijn introduceert belangrijke wijzigingenie die direct relevant zijn voor de laadinfrastructuursector:
- De richtlijn geldt voor alle modaliteiten: Niet alleen laadinfrastructuur voor wegvoertuigen valt onder de nieuwe regels, maar ook laadinfrastructuur voor treinen, boten, schepen en vliegtuigen.
- AC én DC onder hetzelfde kader: Voor het eerst vallen DC-laadsystemen onder geharmoniseerde Europese meetwetgeving. Ook bidirectioneel laden (vehicle-to-grid), waarbij het voertuig energie teruglevert aan het net, valt expliciet onder de nieuwe regels.
- 3 nauwkeurigheidsklassen: Er worden drie klassen ingevoerd met bijbehorende maximale meetfouten: klasse A (±2%), klasse B (±1%) en klasse C (±0,5%). Dit geldt voor zowel AC- als DC-laadsystemen. Welke klasse van toepassing is, hangt af van de nationale implementatie.
- Inzichtelijk meetresultaat voor de consument: Het meetresultaat moet beschikbaar zijn via een 1) lokaal display, afdruk of registratie, of 2) display op afstand, of 3) een app op het apparaat van de gebruiker.
- Traceerbaarheid en manipulatiebeveiliging: Het gedeelde meetresultaat moet te herleiden zijn naar de oorspronkelijke, metrologisch gecertificeerde meting. Eventuele manipulatie moet aantoonbaar zijn.
- Kabelbeveiliging: Er kan gebruik gemaakt worden van een vervangbare kabel die compatibel is met de laadpaal en afzonderlijk gemarkeerd en geïdentificeerd is - waardoor vervanging makkelijker is bij vandalisme of diefstal.
Wanneer zijn de MID-regels van toepassing?
De MID-regels zijn verplicht in alle situaties waarin elektriciteit wordt verrekend als onderdeel van een handelstransactie. Maar ook in situaties waarbij de meting dient als grondslag voor de vaststelling van belastingen of andere heffingen. De MID-regels zijn dus van toepassing bij publieke laadinfrastructuur en bij private laadinfrastructuur als laadkosten worden doorberekend aan bezoekers, huurders of werknemers. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een thuislaadvergoeding. Ook voor het inboeken van Emissie Reductie Eenheden (ERE's) is een MID-gecertificeerde meter vereist.
Voor slimme private laadpunten is de Nederlandse Technische Afspraak NTA 8043 vastgesteld. Hierin zijn de vereisten voor slimme laadpunten en laaddiensten vastgelegd. Ook in deze NTA is opgenomen dat bemetering moet voldoen aan de Metrologiewet, dus op de MID.
Implementatie en termijnen
De richtlijn is op 20 maart 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en trad op 10 april 2026 in werking. Lidstaten gaan de richtlijn nu omzetten in nationale wetgeving. Omdat het een Europese harmonisatierichtlijn betreft, liggen de technische eisen volledig vast op EU-niveau. Nationale omzetting biedt geen ruimte om de inhoudelijke meetvereisten aan te passen. Wat lidstaten bij omzetting wél invullen zijn zaken als handhaving en markttoezicht.
Voor de implementatie gelden de volgende belangrijke data en termijnen:
- 10 april 2028 — uiterlijke datum dat de lidstaten de nationale wetgeving vaststellen (2 jaar na inwerkingtreding).
- 10 oktober 2028 — alle nieuwe regelgeving gaat van kracht (30 maanden na inwerkingtreding).
- 10 april 2030 — einde overgangsperiode voor laadpalen (EVSE) en dispensers voor gecomprimeerd gas (4 jaar na inwerkingtreding). Apparatuur die vóór deze datum in de handel is gebracht én voldoet aan de geldende nationale eisen, mag worden verkocht en in gebruik genomen zolang het certificaat geldig is.
Het is niet vereist om bestaande installaties aan te passen. Er geldt geen retrofittingverplichting. Meetinstrumenten die al in gebruik zijn en voldoen aan de huidige regelgeving mogen gewoon in gebruik blijven.
Certificering en markering
Om een MID-gecertificeerde laadpaal op de Europese markt te mogen brengen, doorloopt een fabrikant een conformiteitsbeoordelingsprocedure door een aangewezen keuringsinstantie.
Na succesvolle beoordeling ontvangt het instrument een EC-typegoedkeuringscertificaat en wordt het voorzien van de CE-markering gecombineerd met de aanvullende metrologische markering. Dit is herkenbaar als CE [M 26] gevolgd door het identificatienummer van de betrokken keuringsinstantie. M26 staat voor het jaar van certificering. Deze markering is het zichtbare bewijs dat het instrument aan alle Europese meeteisen voldoet.
Voor certificaten gelden de volgende regels:
- Certificaten afgegeven vóór 10 oktober 2028 blijven geldig tot het verstrijken van hun geldigheidsduur, maar uiterlijk tot 10 april 2038 (12 jaar na inwerkingtreding).
- Om vertragingen te voorkomen mogen keuringsinstanties zich nu al aanmelden voor de gewijzigde richtlijn. En zij mogen vanaf 10 oktober 2028 certificaten afgeven voor de nieuwe instrumentcategorieën.
Tot slot
De herziene MID is een belangrijke stap voor de laadsector. Voor het eerst liggen op Europees niveau de spelregels voor meting en certificering vast voor alle laadsystemen, in alle lidstaten. Dat biedt fabrikanten zekerheid, geeft exploitanten een gelijk speelveld en versterkt het vertrouwen van de gebruiker in de laadinfrastructuur.
Naar de officiële Richtlijn EU 2026/706 EN EUR-Lex