Achter de stekker: een interviewreeks waarin we de mensen achter de NAL een gezicht geven.

16-07-2026 230 keer bekeken

Stefan Hoks is projectleider laadinfrastructuur bij de provincie Drenthe. Vanuit die rol vertegenwoordigt hij regio Noord binnen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).

Hij werkt aan verschillende projecten en neemt deel aan meerdere werkgroepen, waarin hij regionale belangen en praktijkervaringen. 

"We moeten blijven kijken hoe het wél kan."

 

Werken tussen regio en landelijk niveau 

Binnen de NAL is Stefan actief in onder meer de werkgroep Prijstransparantie en Marktordening en de werkgroep Laadinfrastructuur voor Personenvervoer. Daar brengt hij voorbeelden en vraagstukken uit Noord-Nederland in. “Je zit aan tafel met allerlei partijen die aan hetzelfde doel werken, maar vanuit een ander perspectief. Dat maakt het interessant.” 

Werken aan de wereld van morgen 

Wat hem aanspreekt in het werk, is het vooruitkijken. “Het zijn allemaal mensen die bezig zijn met de wereld van morgen. Je stapt continu uit de ‘zo doen we het altijd’-gedachte.” Die dynamiek geeft energie, al brengt het ook uitdagingen met zich mee. “Je loopt vaak tegen pioniersproblemen aan. Maar juist dat maakt het interessant.” Die toekomstgerichtheid is voor Stefan ook persoonlijk. “Als we onze doelen voor 2050 halen, sta ik nog midden in het leven. Het gaat dus ook over mijn eigen toekomst.” Tegelijk voelt hij zich sterk verbonden met de regio waarin hij woont en werkt. “Ik vind het belangrijk om iets bij te dragen aan Drenthe, Groningen en Friesland.”

Samen bouwen in de regio 

Een belangrijk deel van zijn werk draait om samenwerking met gemeenten. De afgelopen jaren is daar intensief in geïnvesteerd. “Je ziet dat laadinfrastructuur steeds vaker bestuurlijk op de agenda staat. Gemeenten bouwen kennis op en krijgen meer capaciteit. Daardoor komen ze beter in positie.”  Een voorbeeld waar hij met trots op terugkijkt, is de samenwerking rond een nieuwe laadpalenconcessie voor openbare laadpalen in Drenthe en Groningen. “Daar heb ik in de voorbereiding aan meegewerkt. Het is mooi om te zien dat zo’n traject uiteindelijk goed loopt in de uitvoering en de uitrol van laadinfrastructuur in wijken nu goed loopt.” 

Ook projecten zoals de Zero Emissie Truck Academy dragen bij aan die ontwikkeling. “Daarin nemen we ondernemers stap voor stap mee in wat er komt kijken bij de overstap naar elektrisch vervoer. Die is heel positief ontvangen.” 

Ruimte als nieuwe uitdaging 

Waar netcongestie vaak wordt genoemd als grootste uitdaging, ziet Stefan nog een ander belangrijk vraagstuk: de ruimtelijke impact. “We plaatsen overal laadinfrastructuur, maar de ruimte in Nederland is beperkt. Alles moet ergens een plek krijgen.”  Volgens hem vraagt dat om zorgvuldige afwegingen. “De realisatie van een laadpaal is niet alleen technisch. Het heeft ook invloed op de omgeving. Denk aan ruimtegebruik, maar ook aan mogelijke overlast.” Zeker in Noord-Nederland, waar de ruimte en het landschap een belangrijke waarde zijn, speelt dat een grote rol. “Ik zou het zonde vinden als het karakter van het gebied verandert door de manier waarop we laadinfrastructuur inpassen.” 

Om daar grip op te krijgen, werkt hij samen met gemeenten aan kaders voor snellaadlocaties. “We kijken per locatie: is dit gewenst of niet? En hoe zorgen we dat het goed past in de omgeving?” Daarbij wordt ook het gesprek met marktpartijen gezocht. “Je hebt elkaar nodig om dit goed te doen.” 

Naar meer structuur en duidelijkheid 

Als hij vooruitkijkt naar 2030, ziet Stefan een belangrijke rol voor standaardisatie en duidelijke afspraken. “Laadinfrastructuur wordt steeds meer een publieke dienst. Dan moet het voor de gebruiker ook duidelijk zijn hoe het werkt, wat het kost en welke regels gelden.” Binnen de NAL wordt daar al aan gewerkt, bijvoorbeeld rond prijstransparantie en marktordening. “Maar uiteindelijk moeten regio’s dat wel gaan implementeren. Dat wordt nog een uitdaging.” 

Slimmer laden en verder kijken 

Voor de komende jaren verwacht hij dat laadinfrastructuur steeds zichtbaarder wordt in de openbare ruimte. “Net als straatverlichting en parkeerautomaten wordt het een vast onderdeel van het straatbeeld.” Tegelijk hoopt hij op verdere innovatie. “We praten veel over slim laden, maar de toepassing in de praktijk kan nog een stap verder. Bijvoorbeeld systemen waarbij meerdere auto’s efficiënter gebruikmaken van één laadpunt.” 

Blijven doen wat werkt 

De sleutel om vooruit te blijven gaan, zit volgens Stefan in samenwerking en doorzettingsvermogen. “Blijf met elkaar in gesprek en blijf zoeken naar wat wél kan, ook als het lastiger wordt.” Daarnaast benadrukt hij het belang van regionale aanpak. “Elke regio heeft zijn eigen kenmerken. Het is belangrijk om daar rekening mee te houden en laadinfrastructuur daarop aan te laten sluiten.” 

Kleine stappen vooruit 

Op de doorgeefvraag hoe we ervoor zorgen dat de energietransitie niet vertraagt, kiest Stefan voor een nuchtere benadering. “We moeten niet alleen blijven zeggen dat het belangrijk is, maar vooral kijken wat we concreet kunnen doen.”  Volgens hem begint dat bij praktische stappen. “Denk na over wat je vandaag al kunt doen, hoe klein ook. Uiteindelijk is dat wat beweging brengt.” 

Met die gedachte geeft hij het stokje door aan de volgende gast in Achter de stekker met de vraag; “Hoe zorgen we ervoor dat de groei van laadinfrastructuur niet alleen functioneel is, maar ook bijdraagt aan een prettige en mooie fysieke leefomgeving?” 

Op naar de volgende schakel in de reeks.  

 

    Cookie-instellingen