Om nader kennis te maken met LINDA spraken we met oud-projectleider Arjen Hof en zijn opvolger Henk van den Brink.
Arjen Hof is milieuplanoloog en wil graag technologie en data inzetten om de stad slimmer en duurzamer te maken. Hij was tot eind 2025 projectleider voor LINDA. Henk van den Brink volgt hem op als ervaren projectleider. Hij werkt verder aan de realisatie van het Dataportaal. De context met heel veel stakeholders in een groot netwerk maakt het voor hem een interessante uitdaging.
Interview Arjen Hof
Wat is LINDA en voor wie is het bedoeld?
"LINDA is een dataportaal dat de sessiegegevens van openbare laadpalen verzamelt, zodat overheden die data kunnen gebruiken voor beleid, bijvoorbeeld datagedreven bijplaatsing van nieuwe laadpunten. LINDA is bedoeld voor overheden. Zij kunnen de data van LINDA gebruiken om onderbouwde besluiten te nemen over nieuwe laadpunten. LINDA is ook bedoeld voor bedrijven die diensten leveren aan overheden. Zij kunnen de data van LINDA integreren in hun oplossingen. Daarnaast kunnen laadexploitanten LINDA gebruiken om hun klanten inzicht te geven in laadsessies en andere gerelateerde data".
Op welke manieren kan LINDA bijdragen aan de NAL-ambitie om voor iedereen een toegankelijk, slim en betaalbaar laadnetwerk te realiseren?
"LINDA richt zich nu alleen op sessiegegevens uit openbare laadpalen. De belangrijkste bijdrage nu is dat al vroegtijdig inzicht ontstaat in locaties waar een extra landpaal gewenst kan zijn op basis van de gegevens over de bezettingsgraad van de huidige laadpalen. Mogelijk komen er in de toekomst nieuwe onderwerpen bij zoals snel laden, vehicle to grid (V2G) of data van semi-openbare locaties. Verder biedt LINDA een dashboard aan gebruikers waarin zij een aantal gegevens per buurt kunnen bekijken zoals bijvoorbeeld het aantal laadsessies, het aantal kilowatturen dat geladen is en de sessieduur. Met deze informatie krijgen overheden een goed inzicht."
Hoe zie jij de rol van LINDA in het bredere landschap van mobiliteitsdata?
"Het LINDA dataportaal is een belangrijke bouwsteen in de informatievoorziening over elektrisch laden. In combinatie met de ontwikkeling van DOTnl (het wettelijk verplichte National Access Point) dat inzicht geeft in realtime beschikbaarheid van een laadpaal, ontstaat een samenhangende data-infrastructuur over elektrisch laden. Deze data is waardevol in het licht van nieuwe gebiedsontwikkelingen (woningbouw) en discussies over en oplossingen voor netcongestie."
Wat is volgens jou het grootste succes van het project tot nu toe?
"LINDA bestrijkt een hele keten: van laadexploitant tot eMobility software providers, gemeenten, concessieverleners en datagebruikers. Daar komt bij dat er tientallen laadexploitanten zijn, groot en klein, die verschillende oplossingen en uitwisselingsprotocollen gebruiken. Het organiseren van deze keten en het standaardiseren van de data-uitwisseling is een complexe opgave. In samenwerking met NDW zijn daar belangrijke stappen in gezet. Doordat de standaarden ook nog in ontwikkeling zijn, is ook de kwaliteit van de data een aandachtspunt. Met LINDA is er nu één bron waarin alle informatie over openbare laadpalen op een gestructureerde en gestandaardiseerde manier bij elkaar komt. Dat is nog niet afgerond, maar er ligt een stevig fundament en de waarde daarvan is groot."
Als je één wens mocht doen voor de doorontwikkeling van het dataproduct, wat zou dat zijn?
"Maak van LINDA open data. Ik geloof dat innovatie gestimuleerd wordt als andere partijen de data kunnen integreren in nieuwe producten. Er zal bovendien eerder en meer feedback komen als andere partijen de data van LINDA in hun primaire proces hebben geïntegreerd en dat is een stimulans voor verdere door ontwikkeling en verhoging van de kwaliteit."
Interview Henk van den Brink
Wat is jouw eerste indruk van LINDA? En van de mensen die zich met LINDA bezighouden?
"Mijn eerste indruk is dat LINDA is opgezet door bevlogen mensen met een missie: het opzetten van een betrouwbare, uniforme datavoorziening voor van laadpaalgebruiksgegevens. De mensen die ik daarover al gesproken heb, zijn daar heel gedreven mee bezig. Daarnaast zie ik dat het dataplatform inspeelt op een duidelijke behoefte: het toegankelijk maken van gebruiksdata van openbare laadpalen."
Welke kansen zie jij nu die de waarde van LINDA verder kunnen vergroten?
"LINDA moet de tool worden die beleidsmakers en uitvoerders kunnen gebruiken om hun werk op te baseren. Dat betekent dat er op een aantal fronten nog werk aan de winkel is. Nog niet alle laadpaalbeheerders (CPO’s) zijn aangesloten. Voor beschikbaarheid en gebruik van de data ook voor de langere termijn zullen nog goede afspraken gemaakt moeten worden. En er zullen technische ontwikkelingen zijn die impact hebben op de data die wordt geregistreerd, zoals bijvoorbeeld V2G. Ik zie kansen om LINDA te integreren met andere databronnen en tools die binnen de NAL worden gebruikt. Denk aan koppelingen met monitoring- en prognosemodellen. En er ligt natuurlijk een belangrijke kans in het versterken van de koppeling met het Nationaal Access Point van NDW."
Er is een gebruikersgroep voor LINDA, maar rondom de NAL houden nog veel meer collega’s zich bezig met data, monitoring en prognoses. Hoe kunnen zij bijdragen aan het succes en continuïteit van LINDA?
"De gebruikersgroep geeft actief feedback en denkt mee. Dat is heel waardevol! LINDA wordt sterker als het aansluit bij de praktijk. Input over welke data cruciaal is en hoe data uit het portaal in werkprocessen past, is daarom enorm belangrijk. De NAL regio’s hebben heel veel kennis opgebouwd omtrent laadpalen en het gebruik ervan. Om ook een lange termijn plan voor LINDA uit te werken is die kennis van groot belang. Ik hoop dat ik bij hen terecht kan om vraagstukken die daar mee samen hangen te bespreken."
Een van je verantwoordelijkheden is te komen tot een duurzame vorm voor financiering en governance. Welke randvoorwaarden zijn volgens jou cruciaal om dit product duurzaam te maken?
"Goede vraag! Ik ben natuurlijk net gestart en het uitwerken van duurzame financiering en governance is belangrijk deel van mijn opdracht. Welke randvoorwaarden daarvoor van belang zijn is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de toekomstige rol en positie van de NAL regio’s en dient de uiteindelijke governance inrichting een duidelijke plaats te bieden aan gebruikersbetrokkenheid. Samen met NDW en de NAL-regio’s hoop ik dat dit jaar verder te verkennen en vorm te geven."
Als je één ambitie mag uitspreken voor de komende jaar, welke is dat?
"Mijn ambitie is om duidelijke kaders neer te zetten voor de financiering en governance van LINDA, om daarmee de positie en functie van LINDA voor de lange termijn te borgen. Het zou mooi zijn als het platform niet alleen een databron vormt maar ook kansen biedt voor samenwerking en innovatie!"