Energie- en NAL-regio's moeten samen optrekken

16-12-2020 32 keer bekeken

Nederland is verdeeld in 30 energieregio’s. Zij hebben de taak om te onderzoeken hoe ze het Klimaatakkoord vertalen naar een regionale strategie om de transitie naar duurzame energie voor elkaar te krijgen.

In deze Regionale Energie Strategieën (RES’en) is lang niet altijd aandacht voor mobiliteit. “Een gemiste kans, omdat het groeiend elektrisch vervoer niet alleen elektriciteit gebruikt, maar ook kan opslaan en terug leveren”, zegt Wouter Langendoen van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), die daarom met de leden een checklist heeft ontwikkeld.

Bij de NVDE zijn 6.000 bedrijven actief in duurzame energie aangesloten. “We willen de transitie versnellen naar een energievoorziening die volledig gebaseerd is op hernieuwbare energie”, zegt Langendoen. “We hebben hiervoor ook nauw contact met het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie en met de individuele RES’en. Wij denken mee vanuit het perspectief van de markt en kijken naar de technische haalbaarheid, kostenefficiëntie en draagvlak van opties.”

Energie- en mobiliteitstransitie
Wat echter lang niet altijd in de verkenning wordt meegenomen, is de groeiende rol die elektrisch vervoer gaat spelen. “Hierdoor stijgt de elektriciteitsvraag en dat heeft direct effect op de RES’en die nu gemaakt worden”, zegt Langendoen. “Het Klimaatakkoord gaat ervan uit dat er in 2030 2 miljoen elektrische auto’s rijden. Het is belangrijk dat overheden voorbereid zijn op de extra elektriciteitsvraag van personenauto’s, bussen en vrachtauto’s. Eigenlijk vinden nu twee transities tegelijk plaats: de transitie naar wind- en zonne-energie en de mobiliteitstransitie. Het interessante is, dat ze in elkaars verlengde liggen.”

Zeeuwse mobiliteitstafel
In Zeeland werd de koppeling tussen beide transities meteen gezien. “In onze energieregio hebben we vanaf het begin in 2018 een tafel geformeerd rond mobiliteit”, zegt Ron de Bruijn, senior adviseur Slimme en Schone Mobiliteit van de provincie Zeeland en regiocoördinator van de NAL-regio Zuidwest. “We maken de koppeling met andere tafels, zoals die rond de gebouwde omgeving. Zo kun je bijvoorbeeld afstemmen dat 50% van de aansluitingen voor laadinfra in de gebouwde omgeving en 50% in de openbare ruimte komen. Aan onze zogeheten programmatafel praten overheden, de netbeheerder en de markt vervolgens over de uitvoering.”

Energietransitie eenvoudiger
Aan de Zeeuwse tafels gaan de gesprekken ook over kansen voor synergie. “Door de komst van een groeiend aantal elektrische voertuigen krijg je steeds meer schakelbaar vermogen bij om lokaal pieken in het elektriciteitsnet op te vangen”, zegt De Bruijn. “Dankzij concepten voor slim laden kun je bijvoorbeeld een overschot aan windenergie opslaan in batterijen en later gebruiken. Het gaat echt over serieuze vermogens. Bedenk alleen al dat één elektrische vrachtwagen een batterij kan hebben van wel 1.000 kilowattuur. Eigenlijk is de toevoeging van mobiliteit de sleutel voor de oplossing van de RES. Die koppeling maakt de energietransitie niet ingewikkelder maar juist eenvoudiger.”

Checklist voor RES’en
De Bruijn deelde zijn bevindingen met Langendoen en gaf daarmee als een van de betrokken partijen input voor een checklist over laadinfrastructuur in de RES waar de NVDE aan werkt. “Deze checklist is bedoeld voor RES’en om hen aan te moedigen om mobiliteit mee te nemen in hun strategieën”, zegt Langendoen. “We doen daarin concrete aanbevelingen zodat RES’en en NAL-regio’s elkaar opzoeken en prognoses voor elektrisch vervoer delen. Consulteer ook netbeheerders en marktpartijen om de ontwikkelingen in mobiliteit scherp te krijgen. Zoek vervolgens naar slimme koppelingen tussen mobiliteit en energie. Bijvoorbeeld door Parkeer- en Reislocaties te overkappen met zonnepanelen of distributiecentra aan te sluiten op windenergie. Die koppelingen moeten snel gemaakt worden, want investeringen voor 2030 moet je nu gaan doen.”

Buurtprognoses NAL-website
NAL-partij ElaadNL maakt generieke prognoses op buurtniveau, deze worden gepubliceerd op de NAL-website . Hierin wordt in hoofdlijnen aangegeven hoeveel laadpalen per buurt verwacht kunnen worden, in 2025 en 2030. Deze generieke prognoses kunnen naar wens worden uitgebreid met specifieke beleidskeuzes en speciale kenmerken van gemeenten. Zo ontstaat waardevolle input voor de RES.

Cookie-instellingen